woensdag 14 december 2011

1 day of fame: eendagsvliegen in het peloton.

Wanneer een renner een grote koers of een etappe in een grote ronde is het in negen van de tien gevallen eentje die al eerder bewees een winnaar te zijn, óf het wapenfeit betekent de doorbraak van de betreffende atleet.

Dat kon bijvoorbeeld gebeuren bij Oscar Freire, die als vrij onbekende jongeling het WK in 1999 op zijn naam schreef.
Freire won daarna nog een hele berg koersen en was ook geen gedoodverfde eendagsvlieg.

Dé eendagsvlieg is een renner die vaak onzichtbaar meepeddelt, meestal als waterdrager of uit de windhouder van een kopman of is vaak te vinden in een kansloze ontsnapping, tot hij ineens zijn dag heeft en alles op zijn plek blijkt te vallen.
Bij voorkeur één keertje en daarna weer anoniem meerijden.

Wie komen hiervoor in aanmerking?


Eros Poli

Wie anders?
Als amateur had hij succes in de olympische ploegentijdrit, maar bij de profs kwam het er niet uit bij de, voor wielerbegrippen, reus (bijna 2 meter en een slordige 90 kilo).
Zijn rol was dan ook het onbekende hulpje van bijvoorbeeld Mario Cipollini.

Tot hij op een snikhete dag vrijgeleide kreeg van het peloton.
Er zit toch een Mont Ventoux als obstakeltje voor de aankomst en iedereen kan lekker doorpeddelen terwijl Eros 22 minuten voor hun uit puft en met dat logge lijf toch niet over de helse col zal raken.

Eros zwoegt en harkt, zweet en kraakt op de flanken van een van de zwaarste cols in Frankrijk.
Zijn 22 minuten voorsprong smelten als sneeuw voor de zon en achter hem naderen Virenque en Pantani.
Op zijn laatste adem en oververhit sleept de Italiaan zich over de top, de klimmers niet meer ver achter zich latend.

In de afdaling naar Carpentras kan hij zijn gewicht en stuurmanskunsten in de strijd werpen, iets dat voldoende blijkt om uit de greep van degenen te blijven die wel trek in een eendagsvlieg hebben.

Zijn day of fame sluit hij af met een uitgebreid zegegebaar, achtervolgers zijn door zijn goede afdaling nog lang niet te bekennen.




Een ander voorbeeld is de Pool Grzegorz Gwiazdowski.

Deze renner had een kleine voorgeschiedenis met een overwinning in de Tour de l'ain eerder in 1999.
Toch zou je aardig rijk zijn wanneer je op hem inzette voor het kampioenschap van Zurich in hetzelfde jaar.

De Pool reed bij Cofidis en een beetje in de schaduw van Farazijn en Vandenbroucke zou hij deelnemen aan deze klassieker.
Een deelname die nog bijna geen doorgang zou vinden omdat zijn visum niet in orde was.
Met hulp van ploeggenoot Vandenbroucke kon de Zwitserse douane nog overgehaald worden om Grzegorz aan de start te laten verschijnen.

Hierover was de Pool zo opgelucht dat hij al vroeg in de race de ontsnapping verkoos en dit deed met Jaksche en Brochard: twee renners om mee thuis te komen.

In de finale werden ze teruggevonden door de favorieten (op die bewuste dag Bettini, Boogerd, Tchmil, Dufaux en Rebellin).
Gwiazdowski kon hier al tevreden mee zijn.
Zijn ploegleider niet, want "VDB" en Farazijn hadden de slag gemist.
Dus spoorde hij de Pool aan om, hoe hopeloos het ook leek, zijn laatste pijl te verschieten en deze deed een kansloos ogende demarrage.

Normaal eentje om dan een paar kilometer verderop alsnog gepakt te worden, ware het niet dat de achtervolgers teveel bezig waren met pokeren en te weinig met die onbeduidende Pool.

Het gevolg laat zich raden: Grzegorz Gwiazdowski mocht zich kampioen van Zurich noemen!

Vrij vlug na dit verrassende succes verdwijnt de Pool in het niets, een vlaag van mysterie over zich latende.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten